Keizersnede

Keizersnede

Soms is het niet mogelijk om op natuurlijke wijze te bevallen en wordt het kindje middels een keizersnede geboren. Een keizersnede is een operatie waardoor het kindje via de buikwand op aarde wordt gezet. De operatie duurt zo’n 45 minuten en complicaties met zich mee brengen. Een keizersnede is niet geheel zonder risico. Er moet dan ook een goede reden om een kindje middels een keizersnede te halen.

Onderzoek

Voor de arts start met een keizersnede, dient de vrouw medisch onderzocht te worden. Ze wordt lichamelijk onderzocht en er worden vragen over de gezondheid gesteld. Er wordt bijvoorbeeld geluisterd naar de longen en het hart. Ook wordt er een bloedonderzoek uitgevoerd. Op de dag van de operatie dient de patiënt nuchter te zijn. U mag ten minste vier tot zes uur voor de operatie niets meer eten of drinken.

Ruggenprik

Een keizersnede gebeurd nooit zonder verdoving. Er kan gekozen worden voor een ruggenprik of narcose. Bij een narcose slaapt de toekomstige moeder de gehele operatie en is pijnloos. Een ruggenprik voelt de patiënt over het algemeen wel. Een anesthesist spuit in een vloeistof tussen de ruggenwervels. De patiënt wordt voor het verkrijgen van de ruggenprik vaak plaatselijk verdoofd om zo de pijn tegen te gaan. De gynaecoloog kiest bijna altijd voor een bikinisnede. Dit is een horizontale (dwarse) snede van 10-15 cm vlak boven het schaambeen. In een enkel geval wordt er een snede van de navel naar beneden gemaakt. De blaas wordt vervolgens een eindje van je baarmoeder afgeschoven. Deze drukt er aan de onderkant tegenaan. De gynaecoloog opent de baarmoeder, het vruchtwater dat in de vruchtzak zit wordt afgezogen. Vervolgens wordt de baby uit de baarmoeder getild.